Probleemomschrijving
Tijdens het boeken van documenten in Basecone kan de volgende foutmelding verschijnen:
"Administratie {x}, openen niet gelukt"
Deze melding betekent dat Basecone de gekoppelde administratie in AccountView niet kan openen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals onvoldoende rechten, een niet geopend boekjaar of een onjuist administratiepad.
Oorzaak 1: Onvoldoende rechten op de administratie
Controleer toegang in AccountView
De gebruiker moet controleren of:
De administratie geopend kan worden in AccountView.
Er daadwerkelijk geboekt kan worden in de administratie.
De gebruiker toegang heeft binnen de AccountView.NET-omgeving.
De algemene gebruiker die gebruikt wordt voor de Basecone-koppeling voldoende rechten heeft.
Rechten controleren
Open AccountView.
Ga naar Bestand → Administraties.
Dubbelklik op de betreffende administratie.
Open het tabblad Gebruikers.
Controleer of de betreffende gebruiker toegang heeft.
Controleer eventueel ook het tabblad Gebruikersgroepen.
Controle van de Basecone-koppelgebruiker
Controleer daarnaast of de gebruiker die wordt gebruikt voor de Basecone-koppeling voldoende rechten heeft op de administratie.
Event Log controleren
Wanneer onduidelijk is waarom toegang wordt geweigerd:
Open de Event Log in AccountView.
Controleer op foutmeldingen of toegangsproblemen.
Bekijk of er rechten ontbreken voor de gebruiker of koppeling.
Oorzaak 2: Nieuw boekjaar niet geopend
Controleer het boekjaar
Voor iedere administratie in AccountView moet een nieuw boekjaar handmatig worden geopend.
Wanneer een nieuw boekjaar nog niet is aangemaakt of geopend, kan de synchronisatie tussen Basecone en AccountView mislukken met de melding:
"Administratie {x}, openen niet gelukt"
Controle
Open de administratie in AccountView.
Controleer of het actuele boekjaar aanwezig is.
Open indien nodig eerst het nieuwe boekjaar.
Voer daarna opnieuw de synchronisatie uit.
Oorzaak 3: Administratiepad niet bereikbaar voor webapplicaties
Controleer de administratiemap
Een veelvoorkomende oorzaak is dat de administratiebestanden zijn opgeslagen op een locatie die niet bereikbaar is vanuit webapplicaties.
Hoe herken je dit?
Open Bestand → Administraties.
Controleer de kolom Map administratie.
Foutieve situatie:
Plain Text
1
X:\ACCOUNTVIEW\ADM\2025\250
2
Meer regels weergeven
Hier wordt een schijfletter gebruikt.
Correcte situatie:
Plain Text
1
\\SERVERNAAM\Schijfnaam\ACCOUNTVIEW\ADM\2025\250
Meer regels weergeven
Hier wordt een UNC-pad gebruikt.
Administratiepad wijzigen
Ga naar Bewerken → Administratiemap wijzigen.
Vervang het pad met schijfletter door een UNC-pad.
Bevestig de wijziging.
Werkwijze bij foutmelding "Map is niet gevonden"
Wanneer het nieuwe UNC-pad wordt ingevoerd, kan de melding verschijnen:
"Map is niet gevonden"
Volg dan onderstaande stappen:
Vul eerst alleen het hoofdpad in.
Voorbeeld:
Plain Text
1
\\SERVERNAAM\Schijfnaam
Meer regels weergeven
Kies Nee wanneer wordt gevraagd:
"Moet deze map aangemaakt worden?"
Open opnieuw Administratiemap wijzigen.
Voeg nu het resterende deel van het pad toe.
Voorbeeld
Oorspronkelijk pad
Plain Text
1
SERVERNAAM\Schijfnaam\ACCOUNTVIEW\ADM\2025\250
Meer regels weergeven
Pad na eerste wijziging
Plain Text
1
\\SERVERNAAM\Schijfnaam
Meer regels weergeven
Pad na tweede wijziging
Plain Text
1
ACCOUNTVIEW\ADM\2025\250
Meer regels weergeven
Controlelijst
Controleer de volgende zaken voor je contact opneemt met support,
Gebruiker kan de administratie openen in AccountView.
Gebruiker kan boeken in de administratie.
Gebruiker heeft toegang binnen AccountView.NET.
Basecone-koppelgebruiker heeft voldoende rechten.
Event Log bevat geen toegangs- of rechtenfouten.
Het nieuwe boekjaar is geopend.
Het administratiepad gebruikt een UNC-pad (
\\server\share) en geen schijfletter.Synchronisatie is opnieuw uitgevoerd na eventuele wijzigingen.
Contact
Indien bovenstaande controles geen oplossing bieden:
Neem contact op met de AccountView-beheerder binnen de organisatie.
Neem contact op met de Visma-partner of Visma-dealer die de AccountView.NET-omgeving heeft ingericht.
Vermeld altijd:
De volledige foutmelding.
De betreffende administratiecode.
Het gebruikte administratiepad.
Screenshots van eventuele foutmeldingen.
De datum en het tijdstip waarop de fout optreedt.
